Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 juni 2007

Alinea 28 Parket bij de Hoge Raad 1 juni 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 juni 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA3536.

2.7. De aangehaalde passage in de parlementaire geschiedenis maakt vooral duidelijk waarom niet kan worden volstaan met een verklaring van de behandelend arts en waarom - als alternatief - een verklaring van de geneesheer-directeur nodig is. In het huidige geval heeft de geneesheer-directeur, overeenkomstig de tekst van art. 5 zoals deze is gewijzigd bij wet van 22 juni 2000, Stb. 292, betrokkene met het oog op het verzoek tot verlenen van een voorlopige machtiging laten onderzoeken door een niet bij de behandeling betrokken psychiater. Aan de door art. 5 EVRM gestelde eis van een objectief onderzoek door een psychiater is derhalve voldaan. De vraag zou kunnen worden gesteld of het genoemde belang, te weten dat de geneesheer-directeur de uiteindelijke verantwoordelijkheid draagt voor de situatie in het ziekenhuis en dat door middel van de vereiste handtekening van de geneesheer-directeur op de geneeskundige verklaring een eenduidige beoordeling per ziekenhuis wordt bevorderd, de interne organisatie in het ziekenhuis dient of (ook) dient ter bescherming van de individuele patiënt. Wat daarvan zij, de wet verplicht tot overlegging van een door de geneesheer-directeur (zo nodig: alsnog) ondertekende verklaring. Nu deze ontbreekt, rest mij niet anders dan te concluderen tot vernietiging van de bestreden beschikking.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/86e6dd24b643662a99eafbdf19061059f295fd13df4ba3ccd7f64ec918752ab2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 86e6dd24b643662a99eafbdf19061059f295fd13df4ba3ccd7f64ec918752ab2, en de alinea staat in dat document op bytes 11666 tot 13013.