Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 november 2007

Alinea 53 Parket bij de Hoge Raad 6 november 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 november 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA3593.

3.6 Op zichzelf gaat het hier om een relevante kwestie. De strekking van de maatregel van ontneming van het wederrechtelijk voordeel is immers dat aan de betrokkene wordt ontnomen het voordeel dat hijzelf daadwerkelijk heeft verkregen.(1) Dat is en blijft het uitgangspunt. De omvang van het door ieder van de betrokkenen verkregen voordeel zal echter vaak niet precies zijn vast te stellen. Dan kan op grond van alle omstandigheden van het geval, zoals de rol die de onderscheiden daders hebben gespeeld en het aantreffen van het voordeel bij een of meer van hen, moeten worden bepaald (geschat) welk deel van het totale voordeel aan elk van hen moet worden toegerekend. Indien de omstandigheden van het geval onvoldoende aanknopingspunten bieden voor een andere toerekening kan het voordeel pondspondsgewijze worden toegerekend. Zo is met handhaving van genoemd uitgangspunt in het arrest van 7 december 2004, NJ 2006, 63 een in de praktijk werkbaar systeem ontwikkeld voor het geval meer bij de feiten betrokken personen voordeel hebben verkregen.(2) Hier gaat het echter in de eerste plaats om de vraag of er meer betrokkenen waren.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/06fbb56900e79b1c0b033bbc39b8153caeedca5fb7f0cb485b6133f07714b743. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 06fbb56900e79b1c0b033bbc39b8153caeedca5fb7f0cb485b6133f07714b743, en de alinea staat in dat document op bytes 14032 tot 15182.