Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 november 2007

Alinea 54 Parket bij de Hoge Raad 6 november 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 november 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA3593.

3.7.1 Het Hof heeft niet uitdrukkelijk op bedoeld verweer beslist. De vraag is of dat had gemoeten of dat de weerlegging van het verweer ook elders in de bestreden uitspraak, bijvoorbeeld in de gebezigde bewijsmiddelen, mag en in dit geval ook kan worden gevonden. Voor de beantwoording van die vraag zou ik eerst over de eventuele toepasselijkheid van art. 359, tweede lid tweede volzin Sv in ontnemingszaken een enkele opmerking willen maken.(3) Als die bepaling in ontnemingszaken redelijkerwijze op overeenkomstige wijze kan worden toegepast, rijst de vraag of en in hoeverre wat de Hoge Raad in zijn arrest van 11 april 2006, NJ 2006, 393 voor de gewone strafprocedure heeft beslist, ook voor de ontnemingsprocedure geldt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/06fbb56900e79b1c0b033bbc39b8153caeedca5fb7f0cb485b6133f07714b743. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 06fbb56900e79b1c0b033bbc39b8153caeedca5fb7f0cb485b6133f07714b743, en de alinea staat in dat document op bytes 15221 tot 15962.