Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 november 2007

Alinea 62 Parket bij de Hoge Raad 6 november 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 november 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA3593.

In de eerste plaats wordt in de ontnemingsprocedure niet op de bovenomschreven wijze vastgesteld en gemotiveerd dat bepaalde feiten zijn begaan. Ten aanzien van andere, soortgelijke, feiten dan die welke in de hoofdzaak bewezen zijn verklaard, is bijvoorbeeld toereikend dat voldoende aanwijzingen moeten bestaan dat zij door de betrokkene zijn begaan (art. 36 e, lid 2 Sv). Daarbij geldt niet dat bedoeld oordeel slechts kan worden ontleend aan, dan wel dient te berusten op de inhoud van wettige bewijsmiddelen.(6)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/06fbb56900e79b1c0b033bbc39b8153caeedca5fb7f0cb485b6133f07714b743. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 06fbb56900e79b1c0b033bbc39b8153caeedca5fb7f0cb485b6133f07714b743, en de alinea staat in dat document op bytes 18739 tot 19269.