Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 november 2007

Alinea 64 Parket bij de Hoge Raad 6 november 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 november 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA3593.

Verder is er in de ontnemingsprocedure sprake van een zekere verdeling van de "bewijslast".(8) Kort gezegd: als het Openbaar Ministerie voorshands zijn standpunt aannemelijk heeft gemaakt, is het aan de betrokkene om concreet en gemotiveerd, en zonodig door bescheiden gestaafd, tegenover de door het OM gepresenteerde en op wettig bewijsmateriaal gebaseerde berekeningen aannemelijk te doen worden dat de situatie anders ligt. In een zodanig systeem, waarin niet alleen het voldoen aan een stelplicht, maar ook een redelijke verdeling van de bewijslast een rol speelt en relevant kan zijn voor de uitkomst - te weten het al dan niet aanvaarden van door de betrokkene aangevoerde alternatieven - past een typisch strafvorderlijk motiveringsvoorschrift als art. 359, tweede lid, tweede volzin Sv, lijkt mij, minder goed.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/06fbb56900e79b1c0b033bbc39b8153caeedca5fb7f0cb485b6133f07714b743. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 06fbb56900e79b1c0b033bbc39b8153caeedca5fb7f0cb485b6133f07714b743, en de alinea staat in dat document op bytes 20272 tot 21105.