Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 juni 2007

Alinea 21 Parket bij de Hoge Raad 12 juni 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 juni 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA3602.

3.6 Volgens de steller van het middel was het voor verdachte onduidelijk waarom de verbalisanten zijn overgegaan tot het meenemen van zijn W-document (een verblijfsdocument voor vreemdelingen). Door die onduidelijkheid zou verdachte zich onheus behandeld hebben gevoeld, hetgeen er uiteindelijk toe heeft geleid dat hij de in de bewezenverklaring vermelde woorden naar de politiefunctionarissen heeft geroepen. Gelet op de context waarin die uitingen zijn gedaan zou dan ook geen sprake zijn van belediging, omdat verdachte enkel zijn ongenoegen met de door de politie gevolgde handelswijze heeft willen uiten en niet de bedoeling had de politieambtenaren te kwetsen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b648644797a327faa25d3125ea48e1205d470f7df3f52e9d8d54beb8254f1f63. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b648644797a327faa25d3125ea48e1205d470f7df3f52e9d8d54beb8254f1f63, en de alinea staat in dat document op bytes 10190 tot 10871.