Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 juli 2007

Alinea 66 Parket bij de Hoge Raad 13 juli 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 juli 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA4200.

7. Zie in dit verband onder meer HR 14 december 2001, NJ 2002, 73, rov. 3.3.3 en HR 6 december 2002, NJ 2003, 63, rov. 3.5. Om deze reden vindt hier geen toepassing de beslissing van de Hoge Raad in rov. 3.6 van HR 9 juli 2004, NJ 2005, 270, m.nt. DA, dat aan een aanbod om getuigen te horen niet voorbij mag worden gegaan op grond van een waardering van reeds in het geding gebrachte schriftelijke verklaringen van die getuigen, (een beslissing waarbij de annotator een vraagteken plaatst). De in die zaak als getuigen opgegeven personen zouden niet als deskundigen optreden, maar verklaren over wat zij zelf hadden ervaren met betrekking tot de aan de vordering ten grondslag gelegde feiten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5409ef7859146207d82abc2fedcadebd10d02145d4224769c68fed385c9674d0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5409ef7859146207d82abc2fedcadebd10d02145d4224769c68fed385c9674d0, en de alinea staat in dat document op bytes 30524 tot 31230.