Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 oktober 2007

Alinea 76 Parket bij de Hoge Raad 26 oktober 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 oktober 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA4492.

2.7. Iets anders is, dat Schoordijk kort geleden de aandacht heeft gevraagd voor wat hij noemde: het rechtsbeginsel "gij zult een ander niet op het foute been zetten"(15). De werkneemster heeft in deze zaak gesteld dat zij bewust op een verkeerd spoor is gezet door de informatie die de Rabobank haar verschafte(16). Problemen van dit type komen doorgaans aan de orde wanneer een contractspartij een beroep doet op dwaling of misbruik van omstandigheden bij de totstandkoming van de overeenkomst. In dit geval heeft de werkneemster niet een beroep gedaan op een wilsgebrek, maar een verklaring voor recht verzocht omtrent de tekortkoming van de Rabobank in de informatieverstrekking. Volgens de werkneemster zou zelfs in het midden kunnen blijven of die informatie verplicht of onverplicht is verstrekt(17). In een arbeidszaak, waarin niet een overgang van onderneming, maar een beroep op dwaling in verband met de inhoud van een afvloeiingsregeling aan de orde was, overwoog de Hoge Raad:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f9ffcf9d4fe6f71eaad1cc7bbef661105b88cd3e4b41e83399e21a72ec1d009f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f9ffcf9d4fe6f71eaad1cc7bbef661105b88cd3e4b41e83399e21a72ec1d009f, en de alinea staat in dat document op bytes 32883 tot 33885.