Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 augustus 2007

Alinea 159 Parket bij de Hoge Raad 10 augustus 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 augustus 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA4569.

7.3 Het gelijkheidsbeginsel is even zeer als het legaliteitsbeginsel verankerd in de Grondwet (art. 1). Gelijke gevallen moeten gelijk worden behandeld en ongelijke gevallen ongelijk naar de mate van hun ongelijkheid. Het gelijkheidsbeginsel is zowel een beginsel van behoorlijke wetgeving als een beginsel van behoorlijk bestuur. Ons geval betreft de (niet-)uitvoering en niet de inhoud van de belastingwet, zodat alleen het beginsel van behoorlijk bestuur aan de orde is. Van gelijke gevallen is voor het bestuursniveau sprake als de volgens de belastingwet voor de belastingheffing relevante kenmerken van het ene geval feitelijk en rechtens gelijk zijn aan die van het andere geval. Het komt daarbij aan op de ratio van de wettelijke regeling. Zo zijn ondernemers en niet-ondernemers volgens u naar de bedoeling van de wetgever fiscaal geen gelijke gevallen,(26) tenzij het gaat om "bovenbronnelijke" regelingen waarvoor niet van belang is uit welke soort inkomensbron het inkomen vloeit, zoals buitengewone lasten, persoonlijke verplichtingen en aftrekbare giften.(27)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4c555d1f75e89515a713a0a5d14554d5687d3da175487062dd86d2d41f1aeda0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4c555d1f75e89515a713a0a5d14554d5687d3da175487062dd86d2d41f1aeda0, en de alinea staat in dat document op bytes 57963 tot 59049.