Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 november 2007

Alinea 110 Parket bij de Hoge Raad 30 november 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 november 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA4606.

3.7 Onderdeel 2 treft, naar het voorkomt, geen doel. Weliswaar kan, zoals hierboven in 2.8 uiteengezet, in geval van kapitalisatie met een kapitalisatiedatum in het verleden op zichzelf bij het uitvoeren van de kapitalisatie mede gelet worden op ontwikkelingen tussen de gekozen kapitalisatiedatum en het moment van uitvoeren van de kapitalisatie, maar die mogelijkheid betekent niet dat, indien de tot schadevergoeding gerechtigde ten tijde van de uitvoering van de kapitalisatie nog in leven is, dan de sterftekans over het verleden buiten beschouwing moet worden gelaten. De sterftekans is een van de factoren die gewoonlijk bij het bepalen van de contante waarde van de schade in aanmerking worden genomen((21)). Het feit dat [verweerster] op de dag van toewijzing van de schadevergoeding in gekapitaliseerde vorm niet was overleden, betekent nl. niet dat ervan moet worden uitgegaan dat, achteraf gezien, op de kapitalisatiedatum (1 januari 1986) voor [verweerster] geen sterftekans heeft bestaan. Die kans heeft tot de dag van toewijzing van de schadevergoeding ook voor haar bestaan. Daaraan doet niet af dat [verweerster] niet is overleden((22)). Het zich niet verwezenlijken van een kans, laat op zichzelf niet reeds de conclusie toe dat de kans niet heeft bestaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8ddd02bf7a7239f74d2e52e88906e3d881a19eb017d05bfcf65eba4d43ec9104. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8ddd02bf7a7239f74d2e52e88906e3d881a19eb017d05bfcf65eba4d43ec9104, en de alinea staat in dat document op bytes 67270 tot 68557.