Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 november 2007

Alinea 29 Parket bij de Hoge Raad 30 november 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 november 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA4606.

Bij antwoordakte d.d. 28 januari 1999 wijzen de erven er op dat inmiddels een bedrag van fl. 410.000,- aan [verweerster] is uitgekeerd en dat daarmee de jaarlijkse schade tot en met 31 december 1998 van in totaal fl 140.428,- ruimschoots is voldaan. Zij merken verder op dat artikel 6:105 BW geen ruimte biedt om toekomstige schade met terugwerkende kracht vast te stellen en te vergoeden. De in de toekomst door [verweerster] te lijden schade en de vergoeding daarvan in de vorm van een bedrag ineens dienen apart te worden bepaald. Daarbij zal rekening moeten worden gehouden met het rendement dat [verweerster] daadwerkelijk heeft genoten van het door haar reeds ontvangen, niet voor geleden schade aangewende maar belegde bedrag. Voor zover bij de bepaling van de toekomstige schade er toe wordt overgegaan de belastingschade forfaitair vast te stellen, vestigen de erven de aandacht er op dat in het regeerakkoord van 1998 sprake is van een beoogde wijziging van het belastingstelsel ('het belastingstelsel voor de 21e eeuw'), waarbij wordt uitgegaan van een heffing op fictief rendement van het vermogen en de bestaande regeling van inkomsten- en vermogensbelasting, waarvan het Bureau [A] en de door de rechtbank benoemde deskundigen bij de berekening van de fiscale schade zijn uitgegaan, komt te vervallen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8ddd02bf7a7239f74d2e52e88906e3d881a19eb017d05bfcf65eba4d43ec9104. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8ddd02bf7a7239f74d2e52e88906e3d881a19eb017d05bfcf65eba4d43ec9104, en de alinea staat in dat document op bytes 13837 tot 15165.