Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 november 2007

Alinea 30 Parket bij de Hoge Raad 30 november 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 november 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA4606.

Bij het op 1 juli 1999 gehouden pleidooi bestrijdt [verweerster] de stellingen van de erven in de antwoordakte van 28 januari 1999. Er is tot dan toe van Winterthur een bedrag van fl. 390.000,-((4)) ontvangen, welke bedrag de in totaal geleden schade plus wettelijke rente niet overstijgt. Er is dan ook geen sprake van een rendement op een de schade overstijgend bedrag, waarmee rekening moet worden gehouden bij de bepaling van de vergoeding in de vorm van een bedrag ineens van toekomstige schade. Bovendien vormt het bepleiten van het in aanmerking nemen van het daadwerkelijk door [verweerster] gemaakte rendement op belegd vermogen een koerswijziging waarvoor processueel geen ruimte is. Door de erven is op dit punt geen grief tegen het vonnis d.d. 18 december 1996 geformuleerd. Tenslotte is volgens [verweerster] een berekeningsmethode waarbij met de concrete beleggingen van het slachtoffer en de concrete resultaten daarvan rekening wordt gehouden in plaats van een meer abstracte berekeningsmethode, onredelijk tegenover het slachtoffer omdat dan de schadeomvang te zeer afhankelijk wordt van beleggingskeuzes en de resultaten daarvan op een bepaald moment.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8ddd02bf7a7239f74d2e52e88906e3d881a19eb017d05bfcf65eba4d43ec9104. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8ddd02bf7a7239f74d2e52e88906e3d881a19eb017d05bfcf65eba4d43ec9104, en de alinea staat in dat document op bytes 15173 tot 16355.