Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 november 2007
Alinea 82 Parket bij de Hoge Raad 30 november 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 november 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA4606.
Op de in beginsel strakke regel dat op grieven die niet in de memorie van grieven van het principaal of incidenteel beroep zijn voorgedragen, geen acht mag worden geslagen, kunnen uitzonderingen worden toegelaten. Stemt de wederpartij met een nieuwe grief in, bijvoorbeeld door deze te bespreken, dan kan de appelrechter de grief in aanmerking nemen (bijvoorbeeld: HR 2 april 1999, NJ 1999, 431 en 18 oktober 2002, NJ 2003, 345, m.nt. ThMdB). Maar ook los van deze toestemming van de wederpartij kan de aard van het geschil aanleiding geven om op een nieuwe grief acht te slaan. Bij alimentatiegeschillen wordt het van belang geacht dat ook de appelrechter recht doet op basis van de omstandigheden ten tijde van de uitspraak. Vanwege dit belang kan de alimentatierechter in appel met in een nieuwe grief naar voren gebrachte nieuwe omstandigheden rekening houden (bijvoorbeeld: HR 5 november 1999, NJ 2000, 65 en HR 7 december 2001, NJ 2003, 76, m.nt. DA). Het strookt met de aard van de dwangsom dat de appelrechter, indien de hoofdveroordeling in appel met een tijdig opgebrachte grief ter discussie is gesteld, de modaliteiten van een aan de hoofdveroordeling gekoppelde dwangsom naar aanleiding van een nieuwe grief onder ogen mag zien. Dat mag hij zelfs, zonder dat tegen de beslissing van de eerste rechter omtrent de modaliteiten een specifieke grief is gericht (HR 6 januari 2006, NJ 2007, 35, m.nt. G.R. Rutgers). De rechter beslist zelfstandig over die modaliteiten. Het komt meer in het algemeen niet onwenselijk voor om ruimte te bieden voor nieuwe grieven waarmee relevante veranderingen op het feitelijke of juridische vlak, die zich na het dienen van grieven voordoen of waarmee een partij in redelijkheid pas na het dienen van de grieven bekend is kunnen raken, onder de aandacht van de appelrechter worden gebracht. Rechtspreken op basis van een feitelijke en/of juridische grondslag, waarvan bekend is dat deze niet of niet langer opgeld doet, zou in beginsel dienen te worden vermeden. Dat sluit ook aan bij de hierna in 2.16 te signaleren verruiming van de mogelijkheid voor de rechter om op eindbeslissingen terug te komen((15)).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8ddd02bf7a7239f74d2e52e88906e3d881a19eb017d05bfcf65eba4d43ec9104. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8ddd02bf7a7239f74d2e52e88906e3d881a19eb017d05bfcf65eba4d43ec9104, en de alinea staat in dat document op bytes 45260 tot 47425.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8ddd02bf7a7239f74d2e52e88906e3d881a19eb017d05bfcf65eba4d43ec9104 | shasum -a 256