Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 november 2007
Alinea 94 Parket bij de Hoge Raad 30 november 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 november 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA4606.
2.18 Met onderdeel 3 wordt opgekomen tegen de verwerping door het hof in rov. 2.7 van het tussenarrest van 27 februari 2003 van het bezwaar tegen de door het hof overgenomen berekening van de door hem benoemde deskundige van de materiële schade, voor zover daarin tot 12 december 2051 uitgaven in aanmerking zijn genomen ook in verband met autokosten, parkeergeld, vakantiegeld en kosten van huishoudelijke hulp. Volgens het hof verzet de goede procesorde zich ertegen "dat, in dit stadium van het geding, nog met de eerst thans door de erven [betrokkene 1] naar voren gebrachte bezwaren als hierboven aangegeven rekening zou worden gehouden". Dit oordeel komt er op neer dat volgens het hof de erven [betrokkene 1] de bezwaren te laat in de procedure naar voren hebben gebracht. In de subonderdelen 3.2.2 en 3.2.3 wordt hiertegen een motiveringsklacht gericht.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8ddd02bf7a7239f74d2e52e88906e3d881a19eb017d05bfcf65eba4d43ec9104. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8ddd02bf7a7239f74d2e52e88906e3d881a19eb017d05bfcf65eba4d43ec9104, en de alinea staat in dat document op bytes 56591 tot 57466.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8ddd02bf7a7239f74d2e52e88906e3d881a19eb017d05bfcf65eba4d43ec9104 | shasum -a 256