Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 november 2007
Alinea 96 Parket bij de Hoge Raad 30 november 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 november 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA4606.
In het in 1986 door Bureau [A] B.V. opgestelde rapport, dat met de akte d.d. 30 maart 1988 bij de rechtbank in het geding is gebracht, wordt de datum van 2051 als einddatum van de in aanmerking genomen schadeperiode aangehouden. Deze datum wordt echter niet genoemd in het rapport dat de door de rechtbank benoemde deskundigen uitbrengen, en ook de rechtbank maakt van de datum geen melding bij het formuleren in het eindvonnis d.d. 18 september 1996 ten behoeve van de partijen van de uitgangspunten voor de berekening door henzelf van de schadevergoeding. Het deskundigenbericht noch het eindvonnis gaven derhalve aanleiding om een discussie over de eindleeftijd aan te gaan. Bij akte d.d. 7 augustus 1997 brengt [verweerster] in appel nieuwe berekeningen van het Bureau [A] in het geding. In die berekeningen wordt het jaar 2051 weer als einddatum van de schadeperiode aangehouden. Daarop reageren de erven [betrokkene 1] kort in hun memorie van antwoord in het incidenteel appel (sub 7) en bepaald uitvoeriger tijdens de op 16 december 1997 bij het hof gehouden pleidooien; zie de pleitnotities van Mr. Van der Nat, waar sub 18 opmerkingen worden gemaakt van de strekking dat het niet reëel is om alle opgevoerde uitgaven tot en met het 99ste levensjaar van [verweerster] als ongeval gerelateerde uitgaven te beschouwen. Met name worden de verzorgings- en autokosten en het parkeergeld genoemd. Het hof noemt het jaar 2051 in haar tussenarrest d.d. 9 september 1999 niet bij de bepaling van de uitgangspunten die de door hem te benoemen deskundige dient aan te houden bij het berekenen van de contante waarde van de schade. In zijn rapport van 14 februari 2001 vermeldt deze deskundige op blz. 3 als looptijd voor de berekening de periode 1 januari 1986 tot 12 december 2051. Blijkens de als bijlage bij het rapport gevoegde correspondentie met Mr. Van der Nat heeft deze laatste naar aanleiding van een hem toegezonden concept van het rapport in verband hiermee de vraag gesteld of het wel juist is om van zo'n hoge leeftijd uit te gaan. Hij noemt in dat verband de autokosten en verzoekt meer in het algemeen aandacht te schenken aan het aspect tot op welke leeftijd de verschillende schade-onderdelen berekend dienen te worden. In een brief van 30 november 2000 antwoordt de deskundige Mr. Van Der Nat: "(...) Gevraagd werd((18)) de - gegeven - schade te berekenen vanuit de toekomst naar heden. De vraagstelling vermeldt niet tot welke leeftijd welke kosten moeten worden berekend. Hierbij meen ik wel dat het niet ongewoon is dat de kosten levenslang worden gemaakt. Nu bent u wellicht verrast dat de schade wordt berekend tot 100 jarige leeftijd (welke 100-jarige rijdt nog in een auto?), maar om deze reden wordt de sterftekans gehanteerd. Deze kans heeft met name bij hogere leeftijden een sterk reducerende invloed." Uit deze passage blijkt dat het de deskundige zelf is geweest die besloten heeft om de schadeperiode in 2051 te laten eindigen. In een brief van 4 december 2000 aan de deskundige brengt Mr. Van der Nat naar voren dat de sterftekanscorrectie bijvoorbeeld ten aanzien van kosten van een auto niet toereikend is, omdat daarbij nog steeds wordt uitgegaan van het gebruik van een auto op 99 jarige leeftijd terwijl dat geen reële veronderstelling lijkt. De deskundige maakt een berekening van de schade waarbij hij voor de vervoerskosten een eindleeftijd van 75 jaar aanhoudt. Dat leidt tot een verlaging van het schadebedrag met fl. 13.253,-. Op blz. 18 van het uitgebrachte rapport vermeldt de deskundige als contante waarde van de schade in het geval dat voor de extra vervoerkosten een eindleeftijd van 75 jaar wordt aangehouden, een bedrag van fl 304.801,-. Bij het aanhouden van een eindleeftijd van 100 jaar voor alle schadeposten komt het bedrag uit op fl. 310.012,-((19)). In hun memorie van antwoord na deskundigenbericht d.d. 5 september 2002 brengen de erven [betrokkene 1] sub 3 t/m 5 de kwestie van de voor de diverse schadeposten aan te houden schadeposten weer ter sprake.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8ddd02bf7a7239f74d2e52e88906e3d881a19eb017d05bfcf65eba4d43ec9104. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8ddd02bf7a7239f74d2e52e88906e3d881a19eb017d05bfcf65eba4d43ec9104, en de alinea staat in dat document op bytes 57788 tot 61816.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8ddd02bf7a7239f74d2e52e88906e3d881a19eb017d05bfcf65eba4d43ec9104 | shasum -a 256