Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2007

Alinea 110 Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA4607.

4.19. Voor zover onderdeel I.3 voortbouwt op onderdeel I.2, deelt het het lot daarvan. Uitgaande van het falen van onderdeel I.2, is 's hofs in onderdeel I.3 aangevochten oordeel m.i. niet onbegrijpelijk. In rov. 4.2 verwijst het hof naar het oordeel van de rechtbank dat de meerbijdrage f 141.414 bedraagt, en dat de helft van dat bedrag aan [verweerster] moet worden vergoed. Het hof verwerpt de tegen het oordeel van de rechtbank gerichte grieven vervolgens in rov. 4.3. Aldus staat vast dat de meerbijdrage f 141.414 bedraagt. Dat een dergelijk bedrag als een belangrijke meerbijdrage kan worden gezien ligt wel zo zeer voor de hand dat 's hofs oordeel op dit punt geen verdere toelichting of uitwerking behoefde.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/10cab0b80a8836165522318d09f6384b4570da0d38a19a5a9c8d009d1cb49c27. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 10cab0b80a8836165522318d09f6384b4570da0d38a19a5a9c8d009d1cb49c27, en de alinea staat in dat document op bytes 44707 tot 45438.