Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2007

Alinea 115 Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA4607.

In het onderdeel wordt zelfs gesteld dat het hof een en ander 'terecht noemt' bij de weergave van de eerdere beslissingen. Kennelijk gaat het onderdeel uit van een verkeerde lezing van rov. 4.5 van het eindarrest. Aldaar heeft het hof immers overwogen dat als er sprake is van een meerbijdrage, de redelijkheid en billijkheid tot vergoeding verplichten. Uit deze rechtsoverweging valt dus niet af te leiden dat er nog een nadere toets aan de eisen van de redelijkheid en billijkheid zou moeten plaatsvinden op het moment dat eenmaal vast staat dat er sprake is van een aanzienlijke meerbijdrage. In het onderdeel heb ik niet de klacht kunnen ontwaren dat het hof op deze wijze zijn eerdere tussenarresten verkeerd zou hebben uitgelegd. Voorts faalt het onderdeel omdat [eiser] de rechtsstrijd had beperkt (zie hiervoor onder 4.20). Niet onbegrijpelijk is dat het hof in het eindarrest kennelijk oordeelde dat de vraag naar de grondslag van de vergoedingsplicht niet meer aan de orde was. De passage in de MvG waar het onderdeel naar verwijst heeft geen betrekking op (de redelijkheid van) de vergoeding voor de meerbijdrage aan de kosten in de huishouding, maar op de vraag in hoeverre het redelijk is [verweerster] te laten delen in [eiser]s vermogenstoename wegens het verrichten van onbeloonde arbeid voor zijn onderneming.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/10cab0b80a8836165522318d09f6384b4570da0d38a19a5a9c8d009d1cb49c27. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 10cab0b80a8836165522318d09f6384b4570da0d38a19a5a9c8d009d1cb49c27, en de alinea staat in dat document op bytes 47880 tot 49219.