Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2007
Alinea 119 Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA4607.
4.25. Het hof heeft dus geoordeeld dat partijen waren overeengekomen dat ieder gelijkelijk aan de kosten van het huishouden zou bijdragen. Het bestaan van deze overeenkomst vormt op zichzelf voldoende grondslag voor het oordeel waartoe het hof gekomen is, namelijk dat partijen gelijkelijk zouden moeten hebben bijdragen in de kosten. Art. 1:84 BW, dat de bijdrage aan de kosten van het huishouden door echtgenoten regelt, verzet zich er niet tegen dat in een andere (rechts)verhouding dan die tussen echtelieden andere afspraken worden gemaakt. Een klacht dat onbegrijpelijk zou zijn dat het hof het bestaan van een overeenkomst met een van art. 1:84 BW afwijkende strekking heeft aangenomen, wordt niet aangevoerd. Het onderdeel faalt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/10cab0b80a8836165522318d09f6384b4570da0d38a19a5a9c8d009d1cb49c27. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 10cab0b80a8836165522318d09f6384b4570da0d38a19a5a9c8d009d1cb49c27, en de alinea staat in dat document op bytes 50150 tot 50900.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/10cab0b80a8836165522318d09f6384b4570da0d38a19a5a9c8d009d1cb49c27 | shasum -a 256