Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2007
Alinea 121 Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA4607.
4.27. Onderdeel II.1 valt rov. 4.13 van het eindarrest aan, nu dit in tegenspraak is met de eerdere tussenarresten. In de tussenarresten overweegt het hof dat [verweerster] geen recht op loon of honorarium heeft voor haar werkzaamheden, nu partijen dat niet zijn overeengekomen. Wel bestaat volgens het hof de mogelijkheid dat de werkzaamheden tot een vermogensvermeerdering bij [eiser] hebben geleid waarin [verweerster], gelet op de redelijkheid en billijkheid, behoort te delen (rov. 4.13 van het arrest van 18 mei 1995). In de aangevallen rov. 4.13 van het eindarrest overweegt het hof dat 'nog daargelaten de vraag uit welk bedrag de vermogenstoename zou hebben bestaan, het alleszins redelijk is dat aan [verweerster] wordt vergoed het nominaal netto bedrag van haar inbreng'. Het onderdeel verwijt het hof aldus te hebben nagelaten de omvang van de vermogensvermeerdering te onderzoeken, in strijd met de in de tussenarresten neergelegde uitgangspunten.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/10cab0b80a8836165522318d09f6384b4570da0d38a19a5a9c8d009d1cb49c27. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 10cab0b80a8836165522318d09f6384b4570da0d38a19a5a9c8d009d1cb49c27, en de alinea staat in dat document op bytes 51214 tot 52188.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/10cab0b80a8836165522318d09f6384b4570da0d38a19a5a9c8d009d1cb49c27 | shasum -a 256