Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2007

Alinea 129 Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA4607.

In het licht van de nadere rapportage van de deskundige (de heer Van Wijk) d.d. 28 september 2001 (processtuk 46), punt 3.1.3, waarin deze gemotiveerd heeft aangegeven dat hij bleef bij de kostenbesparing door de werkzaamheden van [verweerster] en daarmee de desbetreffende vermogenvermeerdering ad f77.000, heeft de rechtbank in haar zesde tussenvonnis d.d. 26 juni 2002 (rov. 2.8) (herhaald in het eindvonnis van 21 juli 2004, rov. 2.14) zich daarbij aangesloten. In datzelfde licht acht ik niet onbegrijpelijk dat het hof - nadat het eerder, in zijn tussenarrest van 3 februari 2000, rov. 4.10 en 4.11, door de eerdere rapportage van Van Wijk nog niet overtuigd bleek, en op de noodzaak van nadere informatie had gewezen - in zijn eindarrest kennelijk en begrijpelijk geoordeeld heeft dat [eiser] onvoldoende gesteld heeft voor zijn conclusie dat de inbreng (van [verweerster]) ad f77.000 niet heeft geleid tot een vermogenstoename. Naar mijn mening faalt deze klacht dus.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/10cab0b80a8836165522318d09f6384b4570da0d38a19a5a9c8d009d1cb49c27. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 10cab0b80a8836165522318d09f6384b4570da0d38a19a5a9c8d009d1cb49c27, en de alinea staat in dat document op bytes 56475 tot 57464.