Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2007

Alinea 38 Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA4607.

3.4. Op 27 november 1991 wees de rechtbank Utrecht een eerste tussenvonnis. De rechtbank verwierp de stelling dat er tussen partijen een maatschap zou hebben bestaan (rov. 4.1). Wat de subsidiaire vordering betreft, overwoog de rechtbank dat zij uit [verweerster]s stellingen begrijpt dat zij meer dan een evenredig deel van de kosten van het huishouden heeft betaald, waardoor een vermogensverschuiving ten gunste van [eiser] heeft plaatsgevonden. Met haar subsidiaire vordering wil zij die vermogensverschuiving ongedaan maken (rov. 4.2). De rechtbank overwoog vervolgens (rov. 4.3-4.4):

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/10cab0b80a8836165522318d09f6384b4570da0d38a19a5a9c8d009d1cb49c27. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 10cab0b80a8836165522318d09f6384b4570da0d38a19a5a9c8d009d1cb49c27, en de alinea staat in dat document op bytes 10550 tot 11153.