Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2007
Alinea 44 Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA4607.
3.8. Nadat partijen verschillende akten hadden genomen en producties hadden ingebracht, wees de rechtbank op 6 april 1994 haar derde tussenvonnis. Andermaal overwoog de rechtbank dat indien en voor zover er een vermogensverschuiving tussen [verweerster] en [eiser] heeft plaatsgevonden, de redelijkheid en billijkheid meebrengen dat [verweerster] in beginsel gerechtigd is tot vergoeding daarvan (rov. 10.5). Verder overwoog de rechtbank dat, anders dan uit rov. 4.4 van het eerste tussenvonnis kon worden afgeleid, er geen grond is om de over en weer ten behoeve van het bedrijf van de ander verrichte werkzaamheden bij de berekening van de vermogensverschuiving te betrekken. Ook dient volgens de rechtbank de (toename van) de goodwill van [eiser]s onderneming buiten beschouwing te blijven, omdat daar geen verarming van [verweerster] tegenover staat (rov. 10.7). Verder ging de rechtbank over tot de benoeming van een deskundige.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/10cab0b80a8836165522318d09f6384b4570da0d38a19a5a9c8d009d1cb49c27. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 10cab0b80a8836165522318d09f6384b4570da0d38a19a5a9c8d009d1cb49c27, en de alinea staat in dat document op bytes 13560 tot 14507.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/10cab0b80a8836165522318d09f6384b4570da0d38a19a5a9c8d009d1cb49c27 | shasum -a 256