Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 september 2007
Alinea 46 Parket bij de Hoge Raad 14 september 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 september 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA4887.
2.6 Uit de wetsgeschiedenis leid ik af dat de wetgever de bevoegdheid van de Ondernemingskamer tot het treffen van voorzieningen op grond van art. 2:349a BW in beginsel niet verder heeft willen beperken dan door de voorwaarde te stellen dat zij een tijdelijk karakter dienen te hebben. Dat de wetgever de Ondernemingskamer ook de bevoegdheid heeft willen geven onmiddellijke voorzieningen te treffen die dwingendrechtelijke wetsbepalingen doorkruisen, blijkt niet met zoveel woorden uit de wetsgeschiedenis.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9182f6595c8b367ce409d716f65ea948df1a6ebc7ca53eb0494b151ebe29241e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9182f6595c8b367ce409d716f65ea948df1a6ebc7ca53eb0494b151ebe29241e, en de alinea staat in dat document op bytes 13685 tot 14205.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/9182f6595c8b367ce409d716f65ea948df1a6ebc7ca53eb0494b151ebe29241e | shasum -a 256