Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 september 2007
Alinea 39 Parket bij de Hoge Raad 28 september 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 september 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA4910.
Uit de stukken, alsmede uit de ter gelegenheid van het pleidooi door de Provincie Zuid-Holland gegeven toelichting op de (plan)kaarten en situatietekeningen blijkt naar het oordeel van de rechtbank, dat het partijen voldoende duidelijk moet zijn geweest welk gedeelte van het perceel van [eiser] c.s. zou worden onteigend, zulks met uitzondering van een perceelsgedeelte van circa 30 m2 terzake de locatie waar een overkluizing wordt gebouwd over de waterleiding van DZH, die in het te onteigenen perceelsgedeelte ligt: een strook op de (uiterste) noordwestzijde van het perceel van [eiser] c.s. (en nog iets daarbuiten) over de gehele lengte van het perceel (circa 800 meter). Immers, reeds bij brief van [betrokkene 1] van 12 februari 2005 is aangegeven dat voor de omlegging van de provinciale weg N-219 benodigd is een perceelsgedeelte van 03.00.95 hectare en dat een overhoek zal ontstaan van 00.50.85 hectare, waarbij aangeboden wordt een bedrag van € 304.276,00 voor 03.41.80 hectare. (Ten pleidooie hebben [eiser] c.s. aangegeven dat de wijziging van het te onteigenen gedeelte van het perceel voor zover dit betreft het voormeld perceelsgedeelte van 30 m2 ten behoeve van de waterleiding geen rol speelt bij de onderhavige betwisting van de gevorderde vervroegde onteigening.) Dat eerder bij brief van [betrokkene 1] van 13 oktober 2004 is aangegeven dat benodigd zou zijn een perceelsgedeelte ter grootte 3.3l.10 hectare, waarbij een overhoek van 00.09.30 hectare zou resteren, maakt dit niet anders. De gewijzigde grootte van het te onteigenen perceelsgedeelte houdt verband met de aanpassing van de ontwerp-tekeningen ten aanzien van één van de aanvankelijk ingetekende afwateringssloten en de gewijzigde afwateringsvoorziening (het tracé zou kleiner worden wegens het vervallen van de brede afwateringsberm en de overhoek, zijnde de strook tussen het werk en de eigendomsgrens/kadastrale grens zou groter worden). Niet betwist is dat het schrappen van de afwateringssloot heeft plaatsgehad vóórdat het bestemmingsplan "Omleidingsweg N219" in procedure is gebracht (29 april 2004). Dat er tussen partijen kennelijk onduidelijkheid heeft bestaan - én naar het oordeel van [eiser] c.s. nog steeds bestaat - over de grootte van de overhoek, doet niet af aan de omstandigheid dat de Provincie Zuid-Holland voldoende heeft getracht het ter onteigening aangewezen perceelsgedeelte in der minne te verkrijgen. Het object van het minnelijk overleg was én bleef immers de strook tussen de zuidoostgrens van het werk/bestemmingsplan tot de noordwestelijke eigendomsgrens/kadastrale grens. Toen de Provincie Zuid-Holland is gebleken dat partijen er - gelet op de door hen ingenomen standpunten - niet in der minne uit zouden komen, is zij overgegaan tot de onderhavige gerechtelijke procedure. Aldus heeft zij voldaan aan het vereiste gesteld in artikel 17 Ow.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e6009246d91c7d5b1a5c2aed11aaadc7af1cc05ad70e9e4faa9a1ff9b426311c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e6009246d91c7d5b1a5c2aed11aaadc7af1cc05ad70e9e4faa9a1ff9b426311c, en de alinea staat in dat document op bytes 13889 tot 16772.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e6009246d91c7d5b1a5c2aed11aaadc7af1cc05ad70e9e4faa9a1ff9b426311c | shasum -a 256