Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 juni 2007

Alinea 39 Parket bij de Hoge Raad 5 juni 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 juni 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA4936.

Dat, naar ook is aangevoerd, tegen die anderen (nog) geen strafvervolging zou zijn ingesteld is in dit verband niet van belang. Hetzelfde geldt voor wat betreft de stelling dat de omschreven criminele samenwerking niet zou zijn bewezen of aannemelijk geworden. De vraag of de in het "superseding indictment" tenlastegelegde feiten zijn bewezen is een zaak voor de rechter in de verzoekende staat en staat niet ter beoordeling van de uitleveringsrechter.(6) Een uitzondering geldt slechts indien de opgeëiste persoon onverwijld kan aantonen niet schuldig te zijn (art. 26, derde lid, in verbinding met art. 28, tweede lid, Uw).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b41154de76646ce2704954261330837923ade614568eb0d8fe023fc398ddef71. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b41154de76646ce2704954261330837923ade614568eb0d8fe023fc398ddef71, en de alinea staat in dat document op bytes 18567 tot 19208.