Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 september 2007

Alinea 33 Parket bij de Hoge Raad 4 september 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 september 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA4943.

"In art. 12 GW en/of art. 138 Sr wordt, zo wij zagen, de woning, d.i. de plek waar men feitelijk woont, tegen binnentreden beschermd. Dit geldt ook als de bewoner ten onrechte aan deze woning is gekomen, bijv. als iemand een lokaal is binnengedrongen en hij vestigt daar 'woning'. Dan mag de eigenaar van het pand in deze woning niet binnendringen; hij handelt dit toch doende wederrechtelijk, want wat hij van het gebouw ook in gebruik moge hebben, de woning heeft hij als zodanig niet in gebruik. Zo blijft ook de woning van de huurder die na verstreken tijd blijft wonen tegen binnendringen beschermd als woning.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c8f617a4c15a9a97b4d9edfd2bc63df381583d5d420c6e909a049c470cad0ce5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c8f617a4c15a9a97b4d9edfd2bc63df381583d5d420c6e909a049c470cad0ce5, en de alinea staat in dat document op bytes 11489 tot 12117.