Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 augustus 2007
Alinea 39 Parket bij de Hoge Raad 14 augustus 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 augustus 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA4951.
3.40. In de hiervoor onder 3.38 en 3.39 genoemde gevallen is derhalve de betekening van de appèldagvaarding volgens de wettelijke voorschriften met inachtneming van het GBA-adres weliswaar geldig, maar mag de zaak niet in behandeling worden genomen dan nadat is gehandeld overeenkomstig hetgeen in 3.38 en 3.39 is overwogen. Dit is anders wanneer de appèlrechter aannemelijk oordeelt dat de verdachte geen prijs stelt op berechting in zijn tegenwoordigheid en dus (alsnog) vrijwillig afstand heeft gedaan van zijn aanwezigheidsrecht."
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6fec635330ad98ab13abf2373eb653b5805830102b8afea12336da312ab9b45b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6fec635330ad98ab13abf2373eb653b5805830102b8afea12336da312ab9b45b, en de alinea staat in dat document op bytes 13095 tot 13644.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6fec635330ad98ab13abf2373eb653b5805830102b8afea12336da312ab9b45b | shasum -a 256