Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 juli 2007

Alinea 54 Parket bij de Hoge Raad 3 juli 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 juli 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA4994.

7. Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep laat het volgende zien. De verdachte is ondervraagd aan de hand van de vertoonde beelden. Daarbij heeft de verdachte verklaard de beelden te zien, zichzelf als de persoon met een donker gekleurde broek en een lichtgekleurd shirt , zijn broer en [slachtoffer 1] te herkennen, [slachtoffer 1] niet te slaan, te stompen of te trappen, maar [slachtoffer 1] en zijn broer [medeverdachte 1] uit elkaar te halen. Vervolgens bevat het proces-verbaal van de terechtzitting een weergave van hetgeen het Hof aan beelden heeft waargenomen waarna de verdachte verklaart erbij te blijven dat hij [slachtoffer 1] niet aanraakt. Een en ander kan moeilijk anders worden begrepen dan dat de raadsheer als voorzitter van de enkelvoudige kamer van het Hof de verdachte heeft voorgehouden dat hij op de beelden meende te hebben gezien dat verdachte [slachtoffer 1] sloeg, stompte en trapte.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b76477fbacceecd95c0b5665a2ff65fe5c5f18695692adad3863303dd03cc9a2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b76477fbacceecd95c0b5665a2ff65fe5c5f18695692adad3863303dd03cc9a2, en de alinea staat in dat document op bytes 20307 tot 21249.