Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 juli 2007

Alinea 55 Parket bij de Hoge Raad 3 juli 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 juli 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA4994.

8. Vervolgens wordt [slachtoffer 1] als getuige gehoord. Hij verklaart met de verdachte "niets [te hebben] gehad". Daarop worden opnieuw de beelden vertoond van het openlijk geweld gepleegd op 28 mei 2005 op de Zeedijk te Amsterdam. De getuige is daarbij kennelijk geconfronteerd met de mededeling dat de verdachte zichzelf op die beelden herkende als de man met de donkere broek en het witte shirt, alsmede dat op die beelden was te zien dat die man de getuige sloeg, dat de getuige voor die man terugdeinsde, en dat het hoofdvan de getuige terugdeinsde voor de elleboog van die man. Er was immers alleen aanleiding voor de getuige zo gedetailleerd te verklaren wat hij niet zag wanneer hem door de voorzitter, die hem ondervroeg, is voorgehouden wat de raadsheer als voorzitter van de enkelvoudige kamer van het Hof op de beelden meende te hebben gezien.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b76477fbacceecd95c0b5665a2ff65fe5c5f18695692adad3863303dd03cc9a2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b76477fbacceecd95c0b5665a2ff65fe5c5f18695692adad3863303dd03cc9a2, en de alinea staat in dat document op bytes 21269 tot 22138.