Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 juli 2007

Alinea 155 Parket bij de Hoge Raad 3 juli 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 juli 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA5034.

4.4. Volgens het middel heeft het hof ten onrechte nagelaten te vermelden aan welke wettige bewijsmiddelen het de geciteerde overweging heeft ontleend. Er is mijns inziens echter geen twijfel dat het hof met zijn overweging heeft gedoeld op het door de rechtbank bewezenverklaarde voor zover dat niet meer aan het oordeel van het hof onderworpen is geweest. Kennelijk heeft het hof met de overweging dat de goederen de verdachte 'niet vreemd' zijn bedoeld dat het voorhanden hebben van die goederen in ieder geval niet weerlegd kan worden met de stelling dat verdachte niets van doen heeft met wapens en verdovende middelen. De ratio van het duidelijk onderbouwen van bewijsoverwegingen zoals bedoeld in het hierboven vooropgestelde is dat inzichtelijk moet zijn waaraan de rechter genoemde feiten en omstandigheden ontleent en dat controleerbaar moet zijn of de bron een wettig bewijsmiddel is.(2) Omdat evident is dat de overwegingen zijn ontleend aan hetgeen onherroepelijk met wettige bewijsmiddelen door de rechtbank is bewezenverklaard, acht ik de bewezenverklaring ook in zoverre toereikend gemotiveerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f9ab667d80fd45a9641fb0f6569339a90be624d01758692cdb4af81f94d57d7d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f9ab667d80fd45a9641fb0f6569339a90be624d01758692cdb4af81f94d57d7d, en de alinea staat in dat document op bytes 33068 tot 34191.