Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 juli 2007
Alinea 166 Parket bij de Hoge Raad 3 juli 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 juli 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA5034.
5.4. Het hof heeft overwogen dat het niet aannemelijk heeft bevonden dat verdachte geen toegang zou hebben tot de bovenwoningen. Dat hij wel toegang had wordt overigens ondersteund door het als bewijsmiddel 10 gebezigde proces-verbaal waarin de verklaring van getuige [getuige 1] is opgetekend, inhoudende dat verdachte sinds 1 januari 2005 vrij gebruik mag maken van de bovenwoning. Hiertegen richt het middel zich dan ook niet specifiek. Het middel klaagt dat het hof niet heeft gerespondeerd op het uitdrukkelijk voorgedragen standpunt dat de ruimten waar de wapens en verdovende middelen zijn aangetroffen door derden werden gebruikt als postadres of safehouse. Ten aanzien van die omstandigheid heeft het hof slechts overwogen dat de woning ten tijde van het aantreffen van de goederen niet meer werd verhuurd en ook niet bewoonbaar was.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f9ab667d80fd45a9641fb0f6569339a90be624d01758692cdb4af81f94d57d7d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f9ab667d80fd45a9641fb0f6569339a90be624d01758692cdb4af81f94d57d7d, en de alinea staat in dat document op bytes 38165 tot 39021.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f9ab667d80fd45a9641fb0f6569339a90be624d01758692cdb4af81f94d57d7d | shasum -a 256