Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2007

Alinea 64 Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA5611.

20. Anders dan de door mij voorgestane uitleg van de reikwijdte van het verschoningsrecht maakt de hiervoor veronderstellenderwijs aan de Hoge Raad toegeschreven uitleg van die reikwijdte het mogelijk te differentiëren tussen gevallen waarin het verschoningsrecht als dekmantel kan dienen voor het plegen van strafbare feiten door middel van, met behulp van of samen met de verschoningsgerechtigde, en gevallen waarin die mogelijkheid niet wordt geboden, te weten in "zeer uitzonderlijke omstandigheden". De noodzaak voor dit onderscheid zie ik niet. Het tegendeel is het geval. Het moet duidelijk zijn dat het verschoningsrecht geen schuilplaats biedt voor het ondernemen van ongeoorloofde activiteiten van welke aard deze ook zijn. Die helderheid dient niet alleen verschoningsgerechtigden en hun cliënten, maar ook het verschoningsrecht als voor een behoorlijke rechtspleging essentieel - door vermoed misbruik niet geheel onbetwist(28) - instituut.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3de7f2a72d231fac4e47f7868c23a9297222ede1585db9b8556afe6cb1d1c498. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3de7f2a72d231fac4e47f7868c23a9297222ede1585db9b8556afe6cb1d1c498, en de alinea staat in dat document op bytes 39526 tot 40493.