Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2007
Alinea 37 Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA5614.
Het verweer van de raadsman dat op een andere wijze dan de inbeslagneming, te weten via het kadaster, kennis van de transportakten en de volmachten kan worden genomen en hierdoor de waarheidsvinding niet door het verschoningsrecht van de notaris wordt gehinderd, wordt verworpen. Immers, weliswaar kan de woordelijke inhoud van de transportakte aan de hand van het in het Kadaster ingeschreven afschrift daarvan worden achterhaald, doch dit geldt niet ten aanzien van de concrete inhoud en verschijningsvorm van de aan die minuut gehechte volmacht. Nu het strafrechtelljk onderzoek - zoals hiervoor overwogen - zich onder meer uitstrekt tot een onderzoek naar de aanwezigheid c.q. echtheid van de volmachten, die feitelijk tot het opstellen van de minuten hebben geleid, volstaat een enkele verwijzing daarnaar in het Kadaster niet. Daar verder door de aanhechting aan de minuut moet blijken op welke transportakte de betreffende volmacht betrekking heeft gehad, dient in het onderhavige geval ook de originele minuut als voorwerp van waarheidsvinding aangemerkt te worden en volstaat ook hier de enkele weergave van de inhoud daarvan in het Kadaster niet. Het is derhalve niet aannemelijk dat op een minder ingrijpende wijze dan door middel van een doorbreking van het verschoningsrecht de echtheid van de volmachten kan worden blootgelegd dan wel onderzocht. Dit geldt evenzeer voor de geldstromen, zoals kenbaar uit de inbeslaggenomen digitale (financiële) bestanden. Nu door de officier van justitie reeds eerder is aangegeven dat van de inbeslaggenomen digitale bestanden enkel de documenten die betrekking hebben op de in onderzoek zijnde transacties worden bezien en de overige bestanden zullen worden gewist, acht de rechtbank het in beslag nemen van de back-ups van het computersysteem niet disproportioneel. Ook dit verweer wordt derhalve verworpen. De officier van justitie heeft ten slotte met een beroep op het onderzoeksbelang de rechtbank verzocht om te bepalen dat de door de rechter-commissaris gedane toezegging dat de stukken onder de rechter-commissaris blijven totdat onherroepelijk op de onderhavige klacht is beslist, ongedaan wordt gemaakt. Voor zover zulks al in het kader van deze procedure mogelijk zou zijn, acht de rechtbank het belang dat door de officier van justitie is geschetst niet zodanig zwaarwegend dat die toezegging niet gestand zou moeten worden gedaan. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat geen van de verdachten zich thans (nog) in voorlopige hechtenis bevindt, zodat in zoverre geen belang bestaat bij een zeer spoedige afronding van het onderzoek.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f7de04e17667800c338bdc03d135275df633d949911e349af8c2a89f50e116ff. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f7de04e17667800c338bdc03d135275df633d949911e349af8c2a89f50e116ff, en de alinea staat in dat document op bytes 22457 tot 25071.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f7de04e17667800c338bdc03d135275df633d949911e349af8c2a89f50e116ff | shasum -a 256