Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2007

Alinea 53 Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA5615.

5.4.2. Voorts brengt de aard van de hier aan de orde zijnde bevoegdheid tot verschoning mee dat het oordeel omtrent de vraag of brieven of geschriften object van de bevoegdheid tot verschoning uitmaken in beginsel toekomt aan de advocaat als de tot verschoning bevoegde persoon. Wanneer deze zich op het standpunt stelt dat het gaat om brieven en geschriften die noch voorwerp van het strafbare feit uitmaken noch tot het begaan daarvan gediend hebben en waarvan kennisneming zou leiden tot schending van het beroepsgeheim, dient dit standpunt door de organen van politie en justitie te worden geëerbiedigd, tenzij redelijkerwijze geen twijfel erover kan bestaan dat dit standpunt onjuist is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/892c1e39a3aab1a6e476108933dc00642f984173ab2b480123266be5bcb3837f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 892c1e39a3aab1a6e476108933dc00642f984173ab2b480123266be5bcb3837f, en de alinea staat in dat document op bytes 30644 tot 31350.