Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2007

Alinea 55 Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA5615.

Dit brengt mee dat, waar doorzoeking ter inbeslagneming bij een advocaat zonder diens toestemming reeds kan plaatsvinden als het gaat om brieven en geschriften die voorwerp van het strafbare feit uitmaken of tot het begaan daarvan hebben gediend, die toestemming in geval van zeer uitzonderlijke omstandigheden evenmin nodig is als de doorzoeking ter inbeslagneming een verdere strekking heeft, en is gericht op brieven en geschriften die kunnen dienen om de waarheid aan het licht te brengen. In een dergelijk uitzonderlijk geval dient de doorzoeking door de rechter-commissaris te geschieden en is het niet aan de verschoningsgerechtigde advocaat om te bepalen of, en zo ja welke stukken onder zijn verschoningsrecht vallen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/892c1e39a3aab1a6e476108933dc00642f984173ab2b480123266be5bcb3837f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 892c1e39a3aab1a6e476108933dc00642f984173ab2b480123266be5bcb3837f, en de alinea staat in dat document op bytes 31770 tot 32509.