Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 augustus 2007
Alinea 41 Parket bij de Hoge Raad 28 augustus 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 augustus 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA5618.
13. In de derde plaats heeft de wetgever er bij de voorbereiding van genoemde wet nog eens de nadruk op gelegd dat de door de wetgever voorgestane nadruk van het onderzoek ter terechtzitting op hetgeen partijen verdeeld houdt niet wegneemt dat de strafrechter in volle omvang verantwoordelijk blijft voor de beslissing, dus voor de beantwoording van alle vragen van de art. 348 en 350 Sv.(10) Voor de Hoge Raad, immers ook strafrechter, ligt dat zij het met inachtneming van de bijzondere positie van de cassatierechter niet anders. In dit verband wijs ik erop dat de wetgever er niet van heeft willen weten de Hoge Raad de mogelijkheid van ambtshalve toetsing te ontnemen.(11) Een en ander betekent dat de Hoge Raad ambtshalve dient in te grijpen wanneer het negeren van voorschriften van strafprocessuele aard er toe leidt dat de Hoge Raad zijn taak niet meer naar behoren kan vervullen. Dat geval doet zich in casu voor, nu het bevestigde vonnis bij gebreke van de inhoud van de bewijsmiddelen geen toereikende basis biedt voor de beantwoording van de vraag of het bewezenverklaarde uit de gebezigde bewijsmiddelen kan worden afgeleid.(12) Dat klemt temeer omdat het middel die vraag aan de orde stelt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ae6c84bc3af0e0e4cbd10c4d1e9e7950e33d596ba2000ecc944a231dfe0ea462. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ae6c84bc3af0e0e4cbd10c4d1e9e7950e33d596ba2000ecc944a231dfe0ea462, en de alinea staat in dat document op bytes 18313 tot 19531.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ae6c84bc3af0e0e4cbd10c4d1e9e7950e33d596ba2000ecc944a231dfe0ea462 | shasum -a 256