Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 augustus 2007
Alinea 65 Parket bij de Hoge Raad 28 augustus 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 augustus 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA5618.
28. Het verweer dat van de verdachte gelet op het ontbreken van ingrijpen door de optocht aanschouwende gezagsdragers niet gevergd kan worden dat zij zich bewust had moeten zijn van de strafbaarheid van haar gedrag, heeft het Hof verworpen door erop te wijzen dat het aanschouwen van en optocht waaraan een wagen voorzien van discriminerende uitlatingen deelneemt, niet gelijk kan worden gesteld aan het actief deelnemen aan een carnavalsoptocht zoals de verdachte heeft gedaan. Hiermee heeft het Hof kennelijk tot uitdrukking willen brengen dat de verdachte daarom aan dat enkele aanschouwen door gezagsdragers niet de indruk heeft mogen ontlenen dat het gedrag strafrechtelijk geoorloofd was. Dat oordeel geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. Aan het louter niet ingrijpen op het moment van het aanschouwen van de wagen door die gezagsdragers heeft de verdachte die indruk reeds daarom niet mogen ontlenen omdat van algemene bekendheid is dat dat - gelet op de onderhavige strafzaak: aanvankelijke - niet ingrijpen kan zijn ingegeven door overwegingen van bijvoorbeeld tactische of logistieke aard.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ae6c84bc3af0e0e4cbd10c4d1e9e7950e33d596ba2000ecc944a231dfe0ea462. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ae6c84bc3af0e0e4cbd10c4d1e9e7950e33d596ba2000ecc944a231dfe0ea462, en de alinea staat in dat document op bytes 31296 tot 32448.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ae6c84bc3af0e0e4cbd10c4d1e9e7950e33d596ba2000ecc944a231dfe0ea462 | shasum -a 256