Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 augustus 2007

Alinea 76 Parket bij de Hoge Raad 28 augustus 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 augustus 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA5618.

5 Die opvatting ligt kennelijk ook ten grondslag aan HR 31 januari 1950, NJ 1950, 292, m.nt. B.V.A.R. en HR 24 juni 1986, nr. 79716, NJB 1986, p. 1097, nr. 250. Bij de totstandkoming van de Wet van 8 oktober 1996, Stb 487, waarbij werd voorzien in de regeling van het verkorte vonnis is de vraag, of bij ministeriële regeling kon worden afgeweken van de wet, niet onder ogen gezien en zonder meer aangesloten bij de reeds bestaande regeling van het politierechtervonnis c.a.: Kamerstukken II 1994-1995, 23 989, nr. 6, p. 9. Wel werd opgemerkt dat het niet wenselijk was de cassatierechter te confronteren met een niet-uitgewerkt vonnis of arrest: Kamerstukken II 1994-1995, 23 989, nr. 3, p. 12

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ae6c84bc3af0e0e4cbd10c4d1e9e7950e33d596ba2000ecc944a231dfe0ea462. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ae6c84bc3af0e0e4cbd10c4d1e9e7950e33d596ba2000ecc944a231dfe0ea462, en de alinea staat in dat document op bytes 34202 tot 34911.