Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 juli 2007

Alinea 116 Parket bij de Hoge Raad 3 juli 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 juli 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA5624.

4.14 Blijkens zijn hiervoor onder 4.7 weergeven overwegingen heeft het Hof zich verenigd met het oordeel van de deskundigen Hassing en Haan, inhoudende dat de doodslag op [slachtoffer 1] verdachte wegens diens persoonlijkheidsstoornis slechts in verminderde mate kan worden toegerekend. Daarbij heeft het Hof vermeld dat het bij de vorming van dat oordeel mede acht heeft geslagen op hetgeen door de drie gedragsdeskundigen Hassing, Haan en Sanders is verklaard ter toelichting op hun eigen rapportage en over de door de ander(en) opgestelde rapportage en afgelegde verklaringen. Verder heeft het Hof overwogen dat het net als de rapporteurs Hassing en Haan van mening is dat de persoonlijkheidstoornis van de verdachte en de ernst en omstandigheden waarin het onder 1 bewezenverklaarde heeft plaatsgevonden, een behandeling van verdachte noodzakelijk maken teneinde recidive van een dergelijk ernstig agressiedelict te voorkomen en ten slotte dat die behandeling niet kan plaatsvinden in een ambulante setting. Gelet op verdachtes gebrek aan inzicht in zijn persoonlijkheidsproblematiek acht het Hof een terbeschikkingstelling met dwangverpleging geïndiceerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/83ec9461b1ebaa6f2444157d524032e8772442e5a06b7b9b2673723e01b80b22. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 83ec9461b1ebaa6f2444157d524032e8772442e5a06b7b9b2673723e01b80b22, en de alinea staat in dat document op bytes 48770 tot 49945.