Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 juli 2007
Alinea 124 Parket bij de Hoge Raad 3 juli 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 juli 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA5624.
Namens de benadeelde partij is verder, voorzover hier van belang, in de op 3 november 2006 ingekomen schriftuur aangevoerd dat deze - ondanks dat het feit dat daarvoor geen wettelijke grondslag bestaat - in de gelegenheid zou moeten worden gesteld te reageren op de schriftuur van verdachte, voorzover deze betrekking heeft op de gegrondheid en/of de toewijzing van de vordering van [benadeelde partij 1]. Daartoe wordt in de toelichting gewezen op de mogelijkheid voor de raadsman van verdachte dan wel de advocaat van de benadeelde partij om een reactie op de conclusie van de Advocaat-Generaal in te sturen. Die indertijd niet in de wet voorziene mogelijkheid (thans is deze neergelegd in art. 439, vijfde lid Sv) is geschapen naar aanleiding van het arrest van het EHRM van 30 oktober 1991, NJ 1992, 73.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/83ec9461b1ebaa6f2444157d524032e8772442e5a06b7b9b2673723e01b80b22. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 83ec9461b1ebaa6f2444157d524032e8772442e5a06b7b9b2673723e01b80b22, en de alinea staat in dat document op bytes 55144 tot 55965.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/83ec9461b1ebaa6f2444157d524032e8772442e5a06b7b9b2673723e01b80b22 | shasum -a 256