Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 augustus 2007
Alinea 49 Parket bij de Hoge Raad 28 augustus 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 augustus 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA5629.
Zou het voorgaande anders zijn dan zou het vereiste van wettige bewijsmiddelen zijn betekenis verliezen. Dan zou immers iedere feitelijke vaststelling in een rechterlijke uitspraak waarop ook gebaseerd als bewijsmiddel kunnen dienen. Gelet op de strenge eisen die in art. 339 en 344 Sv aan de inhoud van bewijsmiddelen worden gesteld ligt dat niet voor de hand. Zo is de bewijskracht van processen-verbaal van rechterlijke colleges beperkt tot de feiten en omstandigheden die zij zelf hebben waargenomen of ondervonden (art. 344 lid 1 onder 2o Sv). Daarmee is niet verenigbaar dat niet op enig bewijsmiddel steunende, niet op eigen waarneming of ondervinding berustende vaststellingen tot het bewijs kunnen meewerken louter omdat deze staan vermeld in (de motivering van) een rechterlijke uitspraak.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d8763c0910f1478b8c41d6bdef2f9031c468770c55723194ef96cd66a9f08e6e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d8763c0910f1478b8c41d6bdef2f9031c468770c55723194ef96cd66a9f08e6e, en de alinea staat in dat document op bytes 15416 tot 16228.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d8763c0910f1478b8c41d6bdef2f9031c468770c55723194ef96cd66a9f08e6e | shasum -a 256