Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 oktober 2007

Alinea 44 Parket bij de Hoge Raad 2 oktober 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 oktober 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA5632.

14. Zoals uit verdachtes voor het bewijs gebezigde verklaring tegenover de politie blijkt is het voorwerp houdende het telefoongesprek van de verdachte met een geheimhouder als bedoeld in art. 218 Sv in strijd met het bepaalde in art. 126aa lid 2 Sv jo. art 4 Besluit bewaren en vernietigen niet-gevoegde stukken niet terstond vernietigd. Dit verzuim heeft er toe geleid dat de verdachte met de inhoud van dat telefoongesprek kon worden geconfronteerd en hem zo de verklaring kon worden ontlokt dat de hem door de verbalisant voorgehouden inhoud van dat telefoongesprek juist was alsmede dat hij last had van zijn ontlasting. In deze omstandigheden moet onder de in art. 126aa lid 2 bedoelde, te vernietigen processen-verbaal en andere voorwerpen het proces-verbaal, houdende verdachtes verklaring naar aanleiding van het hem voorgehouden telefoongesprek met de dokterstelefoon worden begrepen. Zou het anders zijn dan zou het doel van het bepaalde in art. 126aa lid 2 Sv, de bescherming van het verschoningsrecht van de in art. 218 Sv genoemde geheimhouders, immers niet tot zijn recht komen.(3) Bovendien behelst het onderhavige proces-verbaal, zoals art,. 126aa lid 2 Sv eist, onmiskenbaar mededelingen gedaan door of aan een persoon die zich op grond van art. 218 Sv zou kunnen verschonen indien hem als getuige naar de inhoud van die mededelingen zou worden gevraagd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/39eaccabf26811cb0023d3e4f1ceb3ca66b67ffa04f0c1c08bf59df91e66f932. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 39eaccabf26811cb0023d3e4f1ceb3ca66b67ffa04f0c1c08bf59df91e66f932, en de alinea staat in dat document op bytes 18812 tot 20197.