Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 augustus 2007
Alinea 116 Parket bij de Hoge Raad 28 augustus 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 augustus 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA5639.
"3.1. Bij de Wet van 10 november 2004, Stb. 580 tot wijziging van het Wetboek van Strafvordering strekkende tot aanpassing van de eisen te stellen aan de motivering van de bewezenverklaring bij een bekennende verdachte (Wet bekennende verdachte), is het tweede lid van art. 359 Sv gewijzigd. Blijkens de geschiedenis van de totstandkoming van die Wet was de wijziging van art. 359, tweede lid, Sv - in elk geval - gericht op de codificatie van de motiveringsvoorschriften die de Hoge Raad reeds in zijn jurisprudentie had ontwikkeld, zulks in aansluiting op de wettelijke voorschriften van art. 359, tweede lid (oud), in verbinding met art. 358, derde lid, Sv inzake onder meer strafuitsluitingsgronden, alsmede op art. 360, eerste lid, Sv inzake de betrouwbaarheid van de daar genoemde bewijsmiddelen. Op grond van die jurisprudentie was de feitenrechter al gehouden uitdrukkelijk en gemotiveerd te beslissen omtrent een aantal bewijsverweren (vgl. HR 11 april 2006, NJ 2006, 393).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/be97562cca0493b3632f4cf3bc6d97eb46a0ba8c99c247bd63a67df3a24d63b6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt be97562cca0493b3632f4cf3bc6d97eb46a0ba8c99c247bd63a67df3a24d63b6, en de alinea staat in dat document op bytes 24410 tot 25405.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/be97562cca0493b3632f4cf3bc6d97eb46a0ba8c99c247bd63a67df3a24d63b6 | shasum -a 256