Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 augustus 2007

Alinea 120 Parket bij de Hoge Raad 28 augustus 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 augustus 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA5639.

25. In HR 6 maart 2007, LJN AZ6109 werd in cassatie geklaagd dat het Hof niet had gereageerd op door de verdediging uitdrukkelijk onderbouwde standpunten. Deze bestonden kort gezegd hierin dat de verdachte, die was vervolgd ter zake van eenvoudige belediging, gelet op het bepaalde in art. 266 lid 2 Sr en art. 10 EVRM moest worden ontslagen van rechtsvervolging. De Hoge Raad toetste niet of dit verweer zoals het middel stelde een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt inhield als bedoeld in art. 359 lid 2 Sv, maar verstond het middel aldus dat het klaagde dat het Hof had verzuimd te beslissen op een door de verdediging gedaan beroep op niet-strafbaarheid van het feit en oordeelde vervolgens dat het Hof op grond van art. 358, derde en vijfde lid, en art. 359, tweede lid, eerste volzin, Sv gehouden was een gemotiveerde beslissing te geven op dit door de verdediging gedane beroep op niet-strafbaarheid van het feit.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/be97562cca0493b3632f4cf3bc6d97eb46a0ba8c99c247bd63a67df3a24d63b6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt be97562cca0493b3632f4cf3bc6d97eb46a0ba8c99c247bd63a67df3a24d63b6, en de alinea staat in dat document op bytes 27163 tot 28096.