Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2007

Alinea 61 Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA5665.

Het verschoningsrecht van onder meer de arts is echter in zoverre niet absoluut, dat zich zeer uitzonderlijke omstandigheden laten denken waarin het belang dat de waarheid aan het licht komt - ook ten aanzien van datgene waarvan de wetenschap hem als zodanig is toevertrouwd - moet prevaleren boven het verschoningsrecht (vgl. HR 30 november 1999, NJ 2002, 438). De beantwoording van de vraag welke omstandigheden als zeer uitzonderlijk moeten worden aangemerkt is niet in een algemene regel samen te vatten. Daarbij geldt voorts dat indien moet worden geoordeeld dat het belang van de waarheidsvinding dient te prevaleren, die inbreuk op het verschoningsrecht niet verder mag gaan dan strikt nodig is voor het aan het licht brengen van de waarheid van het desbetreffende feit.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/90fb0dfc2f9c187ede94aa7c315821d9aa1b543109967b8840180ec738df60e1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 90fb0dfc2f9c187ede94aa7c315821d9aa1b543109967b8840180ec738df60e1, en de alinea staat in dat document op bytes 25823 tot 26614.