Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2007

Alinea 67 Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA5665.

5.4.2. Voorts brengt de aard van de hier aan de orde zijnde bevoegdheid tot verschoning mee dat het oordeel omtrent de vraag of brieven of geschriften object van de bevoegdheid tot verschoning uitmaken in beginsel toekomt aan de advocaat als de tot verschoning bevoegde persoon. Wanneer deze zich op het standpunt stelt dat het gaat om brieven en geschriften die noch voorwerp van het strafbare feit uitmaken noch tot het begaan daarvan gediend hebben en waarvan kennisneming zou leiden tot schending van het beroepsgeheim, dient dit standpunt door de organen van politie en justitie te worden geëerbiedigd, tenzij redelijkerwijze geen twijfel erover kan bestaan dat dit standpunt onjuist is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/90fb0dfc2f9c187ede94aa7c315821d9aa1b543109967b8840180ec738df60e1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 90fb0dfc2f9c187ede94aa7c315821d9aa1b543109967b8840180ec738df60e1, en de alinea staat in dat document op bytes 29954 tot 30660.