Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2007
Alinea 80 Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA5665.
21. Het voorgaande betekent niet dat ik uitsluit dat inbreuk op het verschoningsrecht in zeer uitzonderlijke omstandigheden mogelijk zou moeten zijn. Ik wijs op HR 29 juni 2004, NJ 2005, 273, m. nt. Kn. In dit geval was sprake van aan een psychiater in diens hoedanigheid als verschoningsgerechtigde toevertrouwde gegevens die ook in mijn ogen onder de reikwijdte van het verschoningsrecht vielen. Omdat de verdenking was gerezen dat patiënten in het instituut, waarvan de psychiater directeur was, andere pa-tiënten seksueel hadden misbruikt, brachten de belangen van laatstgenoemde patiënten mee, dat in die zeer uitzonderlijke omstandigheden het verschoningsrecht opzij werd gezet ten behoeve van onderzoek naar dat misbruik. Daarbij werd mede betekenis gehecht aan de aard van de gevraagde gegevens, de omstandigheid dat die gegevens niet op andere wijze konden worden verkregen en de ernst van de vermoedelijk gepleegde delicten. (29)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/90fb0dfc2f9c187ede94aa7c315821d9aa1b543109967b8840180ec738df60e1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 90fb0dfc2f9c187ede94aa7c315821d9aa1b543109967b8840180ec738df60e1, en de alinea staat in dat document op bytes 42374 tot 43329.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/90fb0dfc2f9c187ede94aa7c315821d9aa1b543109967b8840180ec738df60e1 | shasum -a 256