Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 juli 2007

Alinea 59 Parket bij de Hoge Raad 13 juli 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 juli 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA5796.

12. Met betrekking tot het door art. 6:251 BW gestelde vereiste dat het recht voor overgang vatbaar is, zoals bij een van de hiervoor genoemde voorbeelden hiervoor reeds ter sprake kwam, geldt het volgende. Een recht is niet voor overgang vatbaar ingeval de aard van het recht zich tegen overgang verzet (bijvoorbeeld omdat de persoon van de schuldenaar een doorslaggevende rol speelt) en ook ingeval overgang door een beding tussen de schuldeiser en zijn wederpartij is uitgesloten. Of sprake is van een beding waardoor overgang van het recht is uitgesloten, wordt bepaald door uitleg van hetgeen de schuldeiser en de schuldenaar zijn overeengekomen. Zie HR 29 januari 1993, NJ 1994, 171 m.nt. PvS, rechtsoverweging 3.4 slot: "... dat een vordering, ook wat betreft de vraag of zij vatbaar is voor overdracht, ook tegenover derden-verkrijgers wordt bepaald door de rechtsverhouding waaruit zij voortvloeit en derhalve, ingeval die rechtsverhouding een overeenkomst is, door hetgeen partijen bij die overeenkomst over en weer hebben bedongen (...)" Een beding dat de overdraagbaarheid van een vorderingsrecht beperkt of uitsluit, kan zowel uitdrukkelijk als stilzwijgend worden overeengekomen. Zie verder ook Beekhoven van den Boezem, Onoverdraagbaarheid van vorderingen krachtens partijbeding, diss. Groningen, 2003, p. 57 e.v.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e28cf180f7d391ebf9c5e553f8c74f5a854d12bba8a83b5daea5cd1f26aa8a50. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e28cf180f7d391ebf9c5e553f8c74f5a854d12bba8a83b5daea5cd1f26aa8a50, en de alinea staat in dat document op bytes 34886 tot 36228.