Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 juli 2007

Alinea 60 Parket bij de Hoge Raad 13 juli 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 juli 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA5796.

13. Du Perron komt in zijn dissertatie "Overeenkomst en derden" (diss. UvA, 1999) in het vijfde hoofdstuk, dat is gewijd aan kwalitatieve rechten en verplichtingen, tot de slotsom dat wanneer men art. 6:251 BW beziet vanuit het beginsel van de relativiteit van de contractswerking en daarmee vanuit het autonomiebeginsel, tegen de bepaling eigenlijk geen bezwaren blijken te bestaan. Met de autonomie van partijen houdt art. 6:251 voldoende rekening doordat krachtens deze bepaling slechts rechten die voor overgang vatbaar zijn, op rechtsopvolgers overgaan; partijen kunnen de overgang uitsluiten terwijl deze uitsluiting ook uit de aard van de overeenkomst of het verleende recht kan volgen, waarbij komt dat de schuldeiser bij de overdracht van het goed kan bedingen dat het recht niet zal overgaan. De enige moeilijkheid die in dit verband kan rijzen, aldus Du Perron, is dat partijen bij de oorspronkelijke overeenkomst niet beseffen dat het recht aan het belang-criterium voldoet en dus het betrokken goed zal volgen. De zeer beperkte inbreuk die art. 6:251 BW in dit opzicht op de autonomie van partijen maakt, wordt naar zijn oordeel gerechtvaardigd doordat, bij gebreke van zodanige bepaling, zich in de praktijk veelvuldig het spiegelbeeldige geval zou voordoen, te weten dat alle betrokkenen rekenen op de overgang, maar vergeten dat zij deze moeten regelen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e28cf180f7d391ebf9c5e553f8c74f5a854d12bba8a83b5daea5cd1f26aa8a50. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e28cf180f7d391ebf9c5e553f8c74f5a854d12bba8a83b5daea5cd1f26aa8a50, en de alinea staat in dat document op bytes 36267 tot 37649.