Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 juli 2007
Alinea 61 Parket bij de Hoge Raad 13 juli 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 juli 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA5796.
Cahen, Mon. Nieuw BW B-57, 2004, hoofdstuk 4, betoogt dat bij de meeste rechten die met een goed verbonden zijn, niet direct valt te zeggen of ze van rechtswege mee overgaan; de omstandigheden waaronder het goed overgaat, moeten uitsluitsel geven. Onder de noemer "Een prealabele vraag omtrent de kwalitatieve eigenschap", stelt hij voorop dat kwesties over kwalitatieve overgang pas rijzen als eerst vaststaat dat rechten voor zo'n overgang vatbaar zijn en dat een prealabele vraag dus is of de vordering om een of andere reden wellicht een persoonlijk karakter draagt. Hij stelt vervolgens dat rechten die met een goed verbonden zijn en geen persoonlijk karakter dragen, zich lenen tot kwalitatieve overgang bij overdracht van het goed waarmee zij verbonden zijn en dat zij ook daadwerkelijk mee overgaan als de leverancier geen en de verwerver van het goed wel belang bij dat recht heeft.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e28cf180f7d391ebf9c5e553f8c74f5a854d12bba8a83b5daea5cd1f26aa8a50. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e28cf180f7d391ebf9c5e553f8c74f5a854d12bba8a83b5daea5cd1f26aa8a50, en de alinea staat in dat document op bytes 37657 tot 38562.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e28cf180f7d391ebf9c5e553f8c74f5a854d12bba8a83b5daea5cd1f26aa8a50 | shasum -a 256